Dirigent
Andreas Stoehr
Mozart
Die Zauberflöte



Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Die Zauberflöte
Grosse Oper in zwei Aufzügen
op tekst van Emanuel Schikaneder, KV 620 (1791)

Andreas Stoehr dirigent
Gerrit Timmers & Mirjam Koen regisseur
Gerrit Timmers decorontwerper
Carly Everaert kostuumontwerper
Stephen Harris koordirigent
 
Dimitri Ivasjtsjenko bas (Sarastro)
Beverly Chiat sopraan (Koningin van de Nacht)
Marcel Reijans tenor (Tamino)
Johannette Zomer sopraan (Pamina)
Mattijs van de Woerd bariton (Papageno)
Julia Koci sopraan (Papagena)
Pascal Pittie tenor (Eerste Priester)
Frans Fiselier bariton (spreker, Tweede Priester)
Sarah-Jane Davis sopraan (Eerste hofdame)
Marjolein Niels mezzosopraan (Tweede hofdame)
Jacques le Roux tenor (Eerste knaap)
Jacques Does tenor (Tweede Knaap)
Marlyn Coetsier, Siem van Leeuwen poppenspelers
Het Koor van de Nationale Reisopera
Het Gelders Orkest

‘Ik geloof dat we in deze laatste, onsterfelijke opera, heel dicht bij de mens Mozart kunnen komen. Het is zijn eerste écht persoonlijke getuigenis en eigenlijk het enige werk dat ons werkelijk een blik in het diepst van zijn hart gunt. Net zoals Shakespeare een leven lang als anonieme toneelschrijver achter de personages in zijn drama’s schuil ging en pas in zijn laatste werk The Tempest in de gedaante van Prospero voor ons verscheen, zo geloof ik ook dat we in Die Zauberflöte de mens Mozart zélf kunnen ontmoeten.’ Aldus de beroemde dirigent Bruno Walter in zijn essay over Mozarts Zauberflöte.

Inderdaad, op het eerste gezicht lijkt het of dit bonte meesterwerk een willekeurige mengeling van mysteriespel, serieuze opera en volkstoneelachtig muziektheater is. Maar tegen deze bij nader inzien geraffineerd samengestelde achtergrond tekenen zich twee totaal verschillende en zeer persoonlijke liefdes-geschiedenissen af: de idealistische en verheven relatie tussen Tamino en Pamina en de emotionele en instinctieve band tussen Papageno en Papagena. Al deze ingrediënten hebben sinds de première in 1791 talloze theatermakers geprikkeld en uitgedaagd om steeds weer met nieuwe interpretaties te komen. Het is immers heel goed mogelijk om Die Zauberflöte te interpreteren als initiatierite, als komedie, als alchemistische allegorie of als staalkaart van vrijmetselaarssymboliek want in dit werk van Mozart worden al deze aspecten verenigd. Het goede en het kwade, het verhevene en het alledaagse, de tragedie en de klucht, het is er allemaal in terug te vinden. Hoewel de opera doortrokken is van ideeën en symboliek wordt hij vooral ook gekenmerkt door een sprookjessfeer die ertoe heeft bijgedragen dat het werk in korte tijd uiterst populair werd.

Voor Die Zauberflöte geldt het zelfde als wat Mozart over zijn eigen piano-concerten zei: ‘Het is ergens tussen moeilijk en eenvoudig in, zeer briljant en aangenaam voor de oren maar natuurlijk zonder inhoudsloos te zijn. Hier en daar kunnen kenners hun bevrediging vinden, maar steeds zo, dat ook de niet-deskundige tevreden kan zijn, zonder te weten waarom...’

De eerste opvoering van Die Zauberflöte op 30 september 1791 in het Freihaustheater Auf der Wieden in een buitenwijk van Wenen, was een doorslaand succes. Mozart dirigeerde die bewuste avond zelf en intendant en tekstschrijver Emanuel Schikaneder werd met zijn vertolking van de rol van Papageno op slag de lieveling van het Weense publiek. In nog geen tien jaar tijd werd Die Zauberflöte alleen al in Wenen 233 maal gespeeld. Een onverwacht en overrompelend succes voor de gewiekste theatermaker Schikaneder, want Mozart had niet lang van het succes kunnen genieten. Hij overleed op 5 december 1791 in de bloei van zijn leven.

‘Net als de klanken van Tamino’s fluit die hun beschermende kracht ook in de vuurgloed en de waterstromen behielden en hun heilzame werking ook ten goede lieten komen aan Pamina en Papageno, kan de muziek van Mozart ook nu nog­ en tegenwoordig misschien wel meer dan ooit ­ zijn weldadige, troostrijke en gelukkig makende kracht overbrengen aan iedereen tot wie zij spreekt’ (Bruno Walter)


Ga terug naar de vorige pagina