Gegrepen door het werk van Gustav Mahler
Fons Plasschaert, voorzitter stichting Mecenaat Gelders Orkest, hoorde ooit in Barcelona de Lieder eines fahrenden Gesellen in een Jugendstil-achtige concertzaal. Het optreden greep hem en hield hem bezig. Niet zozeer de oogstrelende entourage, maar wel het werk van Gustav Mahler dat bestaat uit een combinatie van muziek en gedichten. “Het is doorspekt met blaas- en vioolpartijen die klinken als vogels in de lucht. Dat gecombineerd met de diepe emotie die uit de tekst naar voren komt, is prachtig.”
Fons Plasschaert, voorzitter van de stichting Mecenaat Gelders Orkest, is gegrepen door de muziek van Gustav Mahler. Van 27 april tot 2 mei kunt u genieten van Het Gelders Mahler Ensemble, dat o.a. Lieder eines fahrenden Gesellen speelt.
Fons Plasschaert hoorde ooit in Barcelona de Lieder eines fahrenden Gesellen in een Jugendstil-achtige concertzaal, bemand door een vol orkest. Het optreden greep hem en hield de Nijmegenaar bezig. Niet zozeer de oogstrelende entourage, maar wel het werk van Gustav Mahler dat bestaat uit een combinatie van muziek en gedichten. “Het is doorspekt met blaas- en vioolpartijen die klinken als vogels in de lucht. Dat gecombineerd met de diepe emotie die uit de tekst naar voren komt, is prachtig.”
De liederencyclus Lieder eines fahrenden Gesellen werd gecomponeerd in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Het omvat vier liederen voor zangstem en orkest, waarvan de teksten deels door de componist zelf zijn geschreven of overgenomen uit de gedichtenbundel Des Knaben Wunderhorn.
“De Duitse taal is rijk aan gedichten uit het romantische tijdperk en dat zie je duidelijk terug in dit werk van Mahler,”zegt Plasschaert, “Hij is erin geslaagd om de emoties van zichzelf, maar die tegelijkertijd symbool staan voor alle andere verliefde en teleurgestelde mannen die met een onbeantwoorde liefde kampen, om te zetten in woorden en klanken.”
“Ging heut’ morgen übers Feld,
Tau noch auf den Gräsern Hing;
Schprach zu mir der lust’ge Fink:
‘Ei, du! Gelt?
Guten Morgen! Ei Gelt? Du!
Wird’s nicht eine schöne Welt!?
Zink! Zink!
Schön unf flink!
Wie mir doch die Welt gefällt!’
Auch die Glockenblum’ am Feld
Had mir lustig, guter Ding’
Mit den Glöckchen, Klinge, Klinge,
Klinge, Kling,
Ihren Morgengruss geschellt:
Wird’s nicht eine schöne Welt!?
Kling, Kling, Schönes Ding!
Wie mir doch die Welt gefällt!
Heia!
Und da fing im Sonnenschein
Gleich die Welt zu fankeln an;
Alles, alles, Ton und Farbe
Gewann im Sonnenschein
Blum und Vogel, Gross und klein
‘Guten Tag, guten Tag!’ Ist’s nicht
eine schöne Welt?
Eid du! Gelt? Schöne Welt!?
Nun fängt auch mein Glück wohl an?!
Nein! Nein! Das ich mein',
Mir nimmer, nimmer blühen kann!”
Mahler heeft dit tweede deel uitgebreid geciteerd in zijn eerste symfonie. De muziek is beeldend en helder. Luisteraars zien een dichter door het veld wandelen, terwijl hij geniet van de natuur, zo lijkt het. In de laatste regels wordt duidelijk dat enkel de natuur gelukkig is en niet de dichter.
Plasschaert: “Heb ik medelijden met hem? Nee, want het verhaal is zo plat als wat. Het gaat om een man die dolverliefd is, maar de vrouw beantwoordt die liefde niet en heeft een ander. Zoiets komt dagelijks voor. Maar het is de combinatie van de dichtvorm en de muziek die het tot iets heel bijzonders maakt en voor een diepere emotie zorgt. Bij mij overheersen gevoelens die te maken hebben met schoonheid, mooi, fijn en warmte.”
Ga terug naar de vorige pagina

Meer concertinformatie en kaarten bestellen.
